|
Belgische bronnen citeren vijf pijlers van de GGPZ.
| Pijler 1: externe oriëntering |
De politie staat niet tegenover de samenleving, maar er middenin. Ze is in de maatschappij geïntegreerd. Door die inbedding is ze zich snel en volledig bewust van wat 'leeft en speelt' qua veiligheid, criminaliteit en leefbaarheid in de samenleving en past zich daaraan aan. Bij het bepalen van de veiligheids-/politiezorg-prioriteiten houdt ze in het bijzonder rekening met de verwachtingen van de bevolking/gemeenschap(pen).
| Pijler 2: probleemoplossend werken |
Deze pijler verwijst naar de identificatie en analyse van de mogelijke oorzaken van criminaliteit en van conflicten in de gemeenschap(pen). De politie reageert niet enkel op problemen nadat ze zich hebben voorgedaan maar probeert de oorzaken ervan te identificeren en daarop (tijdig) in te werken.
Dit verwijst naar het bewustzijn van de politie dat zij niet alleen verantwoordelijk is - en ook niet wil zijn - voor de zorg voor veiligheid, leefbaarheid en criminaliteit. De veiligheidszorg is een ketenbenadering waarin diverse partners de schakels van een ketting vormen in een integrale en geïntegreerde benadering.
| Pijler 4: afleggen van rekenschap (verantwoording) |
Dit vereist het opzetten van mechanismen waardoor de politie verantwoording kan afleggen over de antwoorden die ze formuleerde op de vragen en de noden van de gemeenschap(pen) die ze dient.
| Pijler 5: bekwame betrokkenheid |
Dit betekent dat er zowel voor de politiemensen als voor de diverse bevolkingsgroepen mogelijkheden moeten worden gecreëerd om samen problemen van veiligheid, leefbaarheid en criminaliteit aan te pakken, diensten te verlenen en veiligheid en zekerheid te creëren.
|