medewerker systeembeheer (ICT)
Jobomschrijving
Instaan voor het beheer van de diverse informaticasystemen, in samenspraak met interne betrokkenen en externe partners met oog op het verzekeren in de continuïteit van de werking en beveiliging van de informaticasystemen.
Kerntaak 1:
Monitoren, operationeel draaiende houden en onderhouden van de diverse servers en netwerksystemen alsook plannen van capaciteit in het kader van deze taken met oog op het garanderen van een continue beschikbaarheid van de servers en het netwerk.
Kerntaak 2:
Opzetten, uitbreiden en opvolgen van de diverse databases, maken van back-ups en instaan voor de operationaliteit van datawarehousing door het synchroniseren en verwerken van gegevens met oog op het kunnen terugvallen op een gericht management information system binnen de organisatie (PMI).
Kerntaak 3:
Opvolgen en actualiseren van configuratiedossiers van servers en licenties met oog op de optimale werking van het ICT-gebeuren.
Kerntaak 4:
Continu verbeteren van de veiligheid van het systeem met oog op het waarborgen van de veiligheid van de netwerksystemen en de gegevens die er zich op bevinden.
Kerntaak 5:
Maken van analyses, schrijven van programma's en onderhouden van de zelf geschreven programma's met oog op het realiseren van de gewenste programma's die tegemoet komen aan de klantenbehoeften.
Kerntaak 6
Formuleren van technisch advies alsook voorzien van technische bijstand, interventies en installaties bij diverse informatica-projecten met oog op het leveren van een optimale ondersteuning bij de uitvoering en implementatie van desbetreffende projecten.
Kerntaak 7:
Uitvoeren van opzoekingen via internet met oog op het proactief en reactief oplossen van voorkomende problemen.
Kerntaak 8:
Participeren in een beurtrol 2° lijnspermanentie met oog op het verzekeren van de continuïteit van de operationele werking en beveiliging van de informaticasystemen.
Presentatie vd. politiezone/federale eenheid
Toelatingsvoorwaarden
- Belg zijn of onderdaan van een andere lidstaat van de Europese Unie
- De burgerlijke en politieke rechten bezitten
- Een gedrag hebben dat in overeenstemming is met de eisen van de beoogde betrekking, wat niet wil zeggen dat je nooit een bekeuring kreeg
- Ten minste 17 jaar oud zijn
- Een uittreksel uit het strafregister (model 595) kunnen voorleggen dat minder dan drie maanden oud is op datum van de kandidaatstelling
- Een motivatiebrief opstellen
- Houder zijn van een diploma of getuigschrift dat ten minste evenwaardig is met die welke in aanmerking worden genomen voor de aanwerving in de betrekkingen van niveau B bij de federale Rijksbesturen
- Ten minste 18 jaar oud zijn
- Slagen voor de selectieproeven die toegang verlenen tot de graad waarvoor je kandideert
Gewenst profiel
Kennis van het eigen en het aangrenzende activiteitendomein
- Algemene kennis van de deontologische code
- Algemene kennis van de lokale en federale politieorganisatie en eigen organisatie
- Algemene kennis van de werking van lokale overheden
- Algemene kennis van het Nederlands
- Algemene kennis van diverse softwaretoepassingen en –pakketten (MS Office)
- Administratieve vaardigheden
- Algemene kennis van relevante wetgeving
- Algemene kennis van politietoepassingen
- Algemene kennis van de ambtplichten
Functionele kennis en vaardigheiden
- Algemene kennis van de operationele werking van politie
- Algemene kennis van de richtlijnen en het wettelijk kader betreffende informatiebeheer
- Algemene kennis van omzendbrief MFO3
Korpscompetenties
- Mondeling uitdrukkingsvermogen: Duidelijk en correct een boodschap formuleren in het raam van de courante taken.
- Leesvaardigheid:Uiteenlopende documenten begrijpen en gebruiken om zijn taken uit te
voeren; alle nuttige informatie inwinnen. - Schrijfvaardigheid: Eenvoudige documenten opstellen die verband houden met het gebruikelijk functioneren.
- Informatieverstrekking: De informatie die moet overgebracht worden en afkomstig is van diverse
bronnen juist identificeren en in een klare, correct en objectieve boodschap overbrengen. - Sociale omgang – hoffelijkheid: Zijn persoonlijk voorkomen en houding aanpassen aan uiteenlopende situaties
volgens de regels van de organisatie.
Positiecompetenties
- Kennis van het activiteitendomein: Het domein van functioneren situeren in de structuur, er de hoofdactiviteiten van kennen.
- Functionele kennis: De kennis die met de functie verband houdt uitdiepen, ze toepassen in uiteenlopende en complexe situaties.
- Technische kennis: De gebruikelijke technieken toepassen in uiteenlopende en complexe situaties.
- Actiedoelstellingen: In zijn gebruikelijk functioneren handelen volgens de vastgestelde doelstellingen.
- Operationele autonomie: Een werkprogramma toepassen dat een opeenvolging van diverse handelingen impliceert, te kiezen afhankelijk van de context van
functioneren.
Selectiemodaliteiten
- Interview
- Selectie op basis van dossier